

Vanochtend ons wekelijkse DB Cooldown Caf
Terwijl de mussen van het dak vallen en ik verbaasd sta van mijn eigen genietende loomheid, schrik ik van het gemak waarmee ik van deze inactieve tussenperiode geniet.
Snel de stutten aangesnoerd en mijn CV naar een bureau gestuurd.
Ik moet er niet aan denken dat ik er straks nog tegen op zou gaan zien. Binnenkort heb ik mijn eerste carriere afspraak, ik begin er al naar uit te zien.
Vrijdag was ik uit interesse aanwezig bij de zitting van de voorzieningenrechter in het kortgeding dat UPC tegen de gemeente Amsterdam had aangespannen om te voorkomen dat Amsterdam alvast ging graven voor het glasvezelnet.
Als bestuurder bleef ik altijd weg als het stadsdeel voor de rechter stond.
Ik ben nu geen partij meer, ik heb me altijd geInteresseerd voor het glasvezelverhaal, zo’n zitting is afgezien van lang ook wel heel erg interessant en bovendien had ik tijd.
Het gaat uiteindelijk in deze zaak niet om kleine belangen: een bedrijf als UPC probeert natuurlijk zijn belangen en investeringen veilig te stellen en wordt niet blij van een ondernemende overheid die met nieuwe en snellere technologie dezelfde markt betreedt.
De zitting handelde breeduit over vermeende staatssteun, de definities van staatsteun, de rol van de europese commissie, het al dan niet aanwezige marktfalen en het “market economy investor principle”.
UPC vindt dat er geen sprake is van marktfalen omdat zij de consument nu al breedbanddiensten kan aanbieden en de snelheid in de komende periode nog kan versnellen.
De gemeente vindt dat er wel degelijk sprake is van marktfalen omdat de nu aanwezige infrastructuur niet volledig verglaasd is, daarmee al snel de toenemende vraag niet meer aan zou kunnen zeker als die vraag niet alleen om download maar ook om upload capaciteit gaat. De gemeente wilde dan ook niet staken met de voorbereidende werkzaamheden, waarna UPC een kortgeding aanspande.
Ik vind het niet zo vreemd dat een gemeente met veel kennisinstellingen, het internetknooppunt van de wereld en een stevige inzet op de Kenniseconomie er voor wil zorgen dat ze ook in de nabije toekomst een state of the art infrastructuur heeft.
Als de gemeente dat dan ook nog doet volgens de regels van het spel (onder de zelfde voorwaarden als andere investeerders), alleen investeert in de passieve laag van het netwerk en zelf geen diensten aanbiedt, lijkt me hier veeleer sprake van regeren is vooruitzien.
Een snelle toekomstvaste infrastuctuur lijkt mij een van de mainports naar kennis en daar wordt de (toekomstige) bevolking van Amsterdam alleen maar wijzer van.
Ondertussen rommelt het in Den Haag ook al tijden op de vraag of gemeentes nu wel of niet in dit soort projecten actief zouden moeten investeren.
Ik heb met veel interesse zitten luisteren, het zijn ook wel echt “grotemensen belangen” die hier spelen. Op 22 juni doet de rechter uitspraak
“Ja maar Mam….
Ja maar Saranna….”
Na 40 keer was ik het gisteren zat.
Mijn naam klinkt nergens naar als hij zo zeurend wordt uitgesproken.
We stonden aan het begin van een spannend traject: chocolademelange maken.
Zijn fantasie kende geen grenzen.
Iik wilde dit megaproject toch ook uitvoerbaar houden en probeerde zijn ambities in overeenstemming te brengen met zijn uitvoeringscapaciteit.
“Ja maar” is vanaf nu verboden, je mag het woord niet meer gebruiken”.
Als hij het toch deed, zou ik in zijn billen knijpen, was de afspraak.
Hij vond het wel een mooie uitdaging en ging op zoek naar zinnen waarin hij “maar” kon zeggen zonder dat het zeuren was.
“Als ik nu zeg, hier heb ik maar een klein beetje van nodig, dan geldt het toch niet?”
Met het spelletje kwamden we de rest van de tijd zonder zeuren door.
Niet zonder kleerscheuren want na het productieproces zat hij helemaal en het huis half onder de gesmolten chocolade.
Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat we wel met heel veel plezier met chocolade gekliederd hebben en dat het resultaat ernstig tegenviel.
Zijn “Ja maar” deed me weer denken aan de leergang die ik ooit liep waarin de docent met veel humor een aparte diersoort benoemde: de “Yeahbuts”.
Een hele vriendelijke diersoort, maar wel heel koppig: halthouden voor het hek, er niet overheen willen, er niet omheen kunnen en de optie van het er onderdoor kruipen niet eens willen onderzoeken.
Eeen diersoort dat je als je het kon zou willen helpen met het presenteren van alternatieven elke keer als zij hun obstakels opwierpen en hun eigen naam balkten: Yeah, but…..
Als ik nu een “Jamaar” hoor, denk ik elke keer “Ah een Yeahbut”, hoe kon je dat beestje ookal weer het beste kietelen?
Begint het dan toch te kriebelen?
Een rare dag vandaag.
Ik hoefde bijna niets.
Al ’s ochtends was het mooi weer.
Twee andere moeders hoefden bij de uitgang van de schoolpoort ook niets.
Wij fantaseerden wat we konden gaan doen.
Ik ging eerst sporten, mijn ritmisch houvast.
Zocht daarna naar cadeautjes, deed iets met het huis en boodschappen en had een afspraak met mijn opvolgster.
Ik fietste langs het stadsdeelkantoor, vertrouwd, zou er zo kunnen afstappen, maar hoefde niet.
Had een leuk gesprek op het terras, nuttig ook.
Zij moets weg naar haar staf, ik hoefde niets.
Dat kriebelde. voelde raar en niet alleen maar leuk.
Vanmiddag sprak ik met de moeder van een vriendje van Tim af in de speeltuin:
helemaal goed: de zon, tijd, flesje wijn.
Eindelijk tijd: vroeger zag ik haar met een half oog nog op het werk waar ik vandaan kwam en een ander half oog naar het huis en het eten waar ik naar toe ging.
Eigenlijk geen tijd en een heel andere vorm van aandacht.
Vandaag had ik tijd.
De speeltuin zag er anders uit: het spelen van de kinderen, de interactie.
Ik was er even helemaal en niet maar half.
Een nieuwe manier van kijken, relaxed, met aandacht en zonder haast.
Rond zes uur kwamen de werkende vaders naar de speeltuin omdat de moeders daar zaten, zichtbaar vanwege de werktas en hun colbertjes.
Zichtbaar ook omdat ik tijdens mijn werk te maken had gehad met de vaders die nu de speeltuin binnenkwamen.
De eerste bewuste dag van het aandachtig niets doen, zet mij toch aan het denken.
Geen duivel tegengekomen vandaag.
Niet gebeden.
Het beest voor de zekerheid ook maar niet losgelaten.
Als ik een beest was en ze gingen voor/tegen me bidden, dan wist ik wel hoe ik ze moest pesten: Heel hard brullen…….of ik zou bijten stond dan nog maar te bezien.
Mijn ongelovigheid werd vandaag gered door de oppas die voor mij een moeilijk verkrijgbaar exemplaar van Margaret Wertheims “De Broek van Pythagoras” als verjaardagscadeautje op de kop had getikt. De ondertitel “God, Fysica en de strijd tussen de seksen” houdt duivels vast verre.
Ik was helemaal weg van Wertheims “De hemelpoort van Cyberspace” Een geschiedenis van de ruimte van Dante tot Internet dat ook dit jaar weer mee op vakantie gaat omdat het zo intrigerend en compact is dat
Zoon Mick met zijn vuuract
De nachten onveranderlijk koud (erg koud) maar overdag mooier weer dan we hadden kunnen hopen, zelfs een verbrand gezicht en bruindgebrande armen.
Het Nivon Pinksterkamp 2006:
Drie generaties pret samen met het gezin van mijn zus, mijn kinderen (met voor het eerst echte aanhang), met “oma en opa” en nog zo’n 1000 andere mensen.
Met het thema “Weer in beweging”, bewoog het weer de goede kant op (zon) samen met toch zorgelijke voorspellingen voor de klimaatsveranderingen en hoop op politieke klimaatsveranderingen in 2007 uitgesproken door Agnest Kant van de SP tijdens de opening van het kamp.
Bewogen werd er volop. En alhoewel ik alle sessies ochtendgymnastiek, Do en Yoga gemist heb, draai ik toch minstens een kwart van mijn jaarlijkse “dansuren” tijdens zo’n Pinksterkamp.
3 dagen lang een programmaboekje vol met activiteiten voor kinderen, pubers, jongeren en volwassenen.
Ik stortte me weer met vol enthousiasme op het intstantkoor o.l.v. Dubravka.
Lag dubbel bij het cabaret van Roel C. Verburg terwijl ik dacht niet van cabaret te houden. Of het nu komt door dat hij uit Oud-West komt (chauvinisme), door mijn naastgezeten moeder om wiens lach ik dan ook weer in de lach schiet of door dat ene lid van de Blauwe Knoop dat luidkeels aangaf niet van grappen over bier te houden waarna alle verdere grappen moeiteloos over ranja gingen, of doordat hij moeiteloos Berend Botje achterstevoren zingt, een zingende “ik maak het uit brief“ heeft die hij vervolgens voor de echte durfals op het internet zet voor eigen gebruik, ik weet het niet.
Waarschijnlijk was hij gewoon echt wel goed.
Lekker kletsen op het terras voor de Convo, genieten van kinderen, nichtjes, neefje en ouders.
Kijken naar iedereen die de klimmuur als uitdaging uitgaat, mee in het enthousiasme van circus Poehaa, genieten van de terugkomst – wegens succes geprolongeerd – van The Medleyman: vet, fout, retro, Songfestival, alles met een zware knipoog.
Het blijft leuk als je alles mee kunt zingen en artiesten in staat zijn om om half twaalf ’s ochtends aan het slot van een kamp na doorwaakte nachten de hele tent aan het dansen krijgen.
Zelfs het onvermijdelijke eind, het zingen van de Internationale met kippevel (oude tekst maar blijft heel goed voor het clubgevoel) en stevig opruimen daarna.
1000 kampeerders, heel veel vrijwilligers, prachtige dagen en geen overtogen woord.
Pinksterkamp was, weer in beweging of niet, een heel warm microklimaat!
Na jaren genieten, heb ik me nu weloverwogen opgegeven als lid voor de Pinksterkampcommissie om voor het volgende kamp mijn steentje bij te dragen in de organisatie. De voorbereidingen beginnen in september, ik heb er nu al zin in.
De geneugten van het kamperen, ook deze act werd in huiselijke kring wegens succes geprolongeerd
Vanochtend ritueel de tent uitgezongen.
Ons hele kampement hing vol met slingers en ballonnen. Het kon niemand ontgaan, er was er een jarig.
Van te voren genoot ik van een onbedoeld hoorspel van de kinderen die heel stilletjes en min of meer fluisterend de tent versierden.
De zon zon de hele dag mee.
De dag eindigde zoals hij begon: weer op de dansvloer.
Ik ging vannacht per ongeluk dansend mijn nieuwe levensjaar in.
Volgens een van mijn kinderen ben je met 43 bejaard.
Volgens mij valt dat wel mee.
de 40 voorbij, evt midlife crise ook, hoop ik.
Lijkt op een tweede tussen tafellaken en servet periode: niet meer echt jong en nog niet oud genoeg voor het gilde van wijze vrouwen.
Voorlopig stnd ik nog wel enthousiast te dansen op niet de beste coverband ooit, maar ja of dat nou veel geeft bij een publiek dat zijn klassiekers kent en graag bereid is de band vocaal te ondersteunen.
Ik voel me jong/oud genoeg om met veel plezier mijn klassiekers te kennen.